Rossekot Leisele
Woonhuis Oostvleteren - #71

Bouwperiode: 1861 | Afkomstig van: Leisele | Naar Bokrijk gekomen in: 1959 | locatie in het museum: Oost- en West-Vlaanderen

Het gebouw en zijn verleden

Rosmolen, afkomstig van de brouwerij Comeyne te Leisele. Slechts het centrale mechanisme is bewaard gebleven. Het maalwerk en een gedeelte van het aandrijfwerk is verdwenen. Het gaat om maalinrichtingen, die aangedreven worden door een ' ros ' , een paard.

MISLEIDENDE INSCRIPTIES

Op een balk in dit woonhuis staat het jaartal 1507 gekerfd. Toen het huis naar Bokrijk kwam, was de conservator, Jozef Weyns, ervan overtuigd het oudste huis uit West-Vlaanderen aan de collectie te kunnen toevoegen.Later bleek dat de woning veel jonger was. Op een kaart van 1778 is ervan bebouwing op het perceel namelijk nog geen sprake.

WINTERSCHUUR

De oorspronkelijke bijgebouwen bij deze woning waren al afgebroken toen het huis in 1957 naar Bokrijk kwam. Omdat conservator Weyns toen ten onrechte dacht met een 16e-eeuws huis te maken te hebben, vervolledigde hij het erf met een even oude schuur. Deze winterschuur uit Vinkem (bij Veurne) dateert wellicht van rond 1539. Net zoals bij de paardenmolen en het wagenkot op dit erf, bestaan de muren van de schuur uit houten planken die op houten stijlen (verticale balken) getimmerd zijn. In een winterschuur werd het graan na de oogst bewaard.

MOSTERD

De laatste bewoonster van dit huis, Maria Vandecasteele, maakte mosterd. Mosterd wordt gemaakt van gemalen mosterdzaadjes, azijn, water en zout. De zaadjes konden gemalen worden met een molen, of geplet door een kanonskogel in een houten kom heen en weer te schudden. Dat deed deze bewoonster tussen haar knieën, zo had ze de handen vrij voor ander werk.