Dijkhuisje Kallo (Konijnepijp 18)
Dijkhuisjes Kallo - #61

Bouwperiode: 19e eeuw | Afkomstig van: Kallo | Naar Bokrijk gekomen in: 1974 | locatie in het museum: Oost- en West-Vlaanderen

Het gebouw en zijn verleden

Eerste van de twee dijkhuisjes uit Kallo - Konijnepijp 18. Het zijn de woningen in baksteen metselwerk van de dagloners in de Antwerpse polders. Het zijn slecht eenvoudige huisjes met twee kamers en eventueel een kleine kelder met voutekamertje.

DIJKHUISJES

Deze 2 dijkhuisjes stonden in Kallo, in de polders op de linkeroever van de Schelde. Het waren eenvoudige woningen voor dagloners die in de grote polderboerderijen werkten. De bewoners hadden geen eigen landbouwbedrijf. De echtgenoot van Maria De Vos, Ludovicus Lichters, was ’s zondags barbier. Zo verdiende hij nog een centje bij.

DIJKGRAVEN

De polders liggen lager dan de zeespiegel. Dat leidt tot overstromingsgevaar. Daartegen werden heel wat maatregelen genomen. Zo mochten de bewoners van deze huisjes geen turf steken. Daarmee zouden ze namelijk de stevigheid van de dijk kunnen verstoren. Om ervoor te zorgen dat de dijken en waterlopen werden onderhouden en dat de maatregelen werden nageleefd, werd er per gebied een dijkgraaf aangesteld. Dat was een heel belangrijke functie. De dijkgraven waren geen ‘echte’ (adellijke) graven, maar kwamen gewoonlijk wel uit gegoede families met eigendommen in het te beschermen gebied.

DE SPAANSE GRIEP

Bewoonster Maria De Vos overleed aan de Spaanse griep. Die ziekte eiste in 1918-1919 wereldwijd minstens 20 miljoen slachtoffers, evenveel als de Eerste Wereldoorlog! Die oorlog speelde ook een rol in de snelle verspreiding van de ziekte, onder meer door de vele verplaatsingen van troepen en vluchtelingen.