Watermolen Lummen
Watermolen Lummen - #48

Bouwperiode: 18e eeuw | Afkomstig van: Lummen | Naar Bokrijk gekomen in: 1957 | locatie in het museum: Kempen

Het gebouw en zijn verleden

De watermolen uit Lummen (18de eeuw) werd gebruikt om graan te malen. Het binnenwerk bestaat uit een dubbele maalinrichting afkomstig van de Rooiermolen uit Gruitrode. Door middel van een ingenieus systeem van spaarbekken en sluizen kan het houten waterrad onderaan met waterstuwing in beweging gebracht worden. De energie wordt via het gangwerk afgeleid tot aan de loper, de molensteen die het graan op de ligger (= onderliggende molensteen) tot meel plet.

Onder, boven of halverwege?

Er zijn verschillende soorten watermolens, afhankelijk van de manier waarop het water het rad doet draaien. Deze molen uit Rekhoven is een onderslagmolen. Het water stroomt onder het houten rad door en brengt het rad onderaan in beweging. Bij andere molens valt het water van boven of halverwege op het rad.

100 per uur

De 2 maalgangen en het overige binnenwerk van deze molen zijn afkomstig van de Rooiermolen uit Gruitrode. Die molen was net zoals de molen uit Rekhoven een onderslagmolen. Een ‘maalstoel’ of ‘maalgang’ bestaat uit een koppel molenstenen en alle bijhorende onderdelen. In Gruitrode stond al in 1267 een molen. Tot in de 18e eeuw – en dat was uitzonderlijk lang – moesten de inwoners van Gruitrode hier verplicht hun graan laten malen. Bij de molen hoorde ook een woning voor de molenaar. De molen kon 100 kilogram graan per uur malen, bij regenweer zelfs 200! In 1956 stortte het molenrad in.

Gezocht!

Om voor het binnenwerk van de molen uit Gruitrode een passend molengebouw te vinden, lanceerde conservator Weyns een oproep in de pers. Dat deed hij in de beginjaren van het Openluchtmuseum wel vaker. Dankzij de tips die zo binnenkwamen, vonden heel wat voorwerpen en gebouwen die je vandaag in het museum ziet hun weg naar Bokrijk.