Uitschoolhoeve Oevel
Uitschoolhoeve Oevel - #52

Bouwperiode: 13e eeuw | Afkomstig van: Oevel | Naar Bokrijk gekomen in: 1954 | locatie in het museum: Kempen

Het gebouw en zijn verleden

Het woonstalhuis, de paardenstal met wagenschob en de schuur zijn afkomstig van een grote Kempense boerderij uit Oevel (18de eeuw). Vroeger was dit complex eigendom van de Abdij van Tongerlo. Voor de schuur staat een manege, een door paarden aangedreven machine die energie levert voor een dorsmolen. Het dubbele varkenshok met secreet is afkomstig uit Heist-op-den-Berg (19de eeuw) en het bakhuis uit Oostmalle-Blommerschot (vermoedelijk 19de eeuw).

Een verstandige huisbaas

De abdij werkte nauw samen met de pachters van de meer dan 100 hoeves die ze verhuurde. De abdij bouwde de hoeves, stond in voor herstellingen en zorgde voor goed zaaigoed. De paarden en het vee waren waarschijnlijk gemeenschappelijk bezit van de abdij en de pachter. De pachters werden bijgestaan met raad en daad. Die samenwerking verzekerde een goede opbrengst.

Een goede pachter

De familie T’Seyen baatte de hoeve bijna 150 jaar lang uit. Dat was heel lang. Een pachtcontract ging meestal niet over via erfenis. Korte pachtcontracten zorgden ervoor dat de abdij een slechte pachter kon vervangen. Dat was hier niet nodig! Als de pachter overleed, koos de abdij een nieuwe pachter. De pachter moest de abdij jaarlijks graan, boter, kaas en varkens leveren en een som geld. Een pachter was in de Kempen niet per se arm. De Uitschoolhoeve in Oevel was met zijn 44 hectare een van de grootste en rijkste hoeves van de streek.

De verhuizing

Knechten en meiden werden voor een jaar in dienst genomen. Wie wilde, kon daarna verhuizen naar een nieuwe werkgever. Wanneer pachters, knechten en meiden verhuisden, werd er gefeest. Als een pachter verhuisde, bestond de verhuisstoet uit 10 of meer – geleende en eigen – karren, volgeladen met meubels, landbouwgereedschap, graan, … De karren werden versierd en er werd gezongen.