Kilbershoeve Meeuwen
Kilbershoeve Meeuwen - #46

Bouwperiode: 18e eeuw | Afkomstig van: Meeuwen | Naar Bokrijk gekomen in: 1959 | locatie in het museum: Kempen

Het gebouw en zijn verleden

De Kilbershoeve – oorspronkelijk uit Meeuwen – werd gekozen als de locatie voor het broodvakmanschap. Het erf bestond uit een woonhuis met een typische potstal met een losstaande schuur en een bakhuis, gebouwd in de 18de en 19de eeuw. De gebouwen waren het resultaat van traditioneel vakwerk. De Superette Bokrijk is gehuisvest in de gerestaureerde schuur. De werkzaamheden zijn in eigen beheer uitgevoerd, want Bokrijk bezit heel wat expertise in historische vakwerkbouw en technieken voor houtrestauratie.

Mens en dier onder één dak

De koestal en het woonhuis lagen onder hetzelfde dak. Zo kon de boerin makkelijk de dieren voederen en melken. In de Kempen bleven de koeien vaak op stal: het was een ‘potstal’, waar hun mest opgepot werd. Die mest was nodig om de landbouwgrond vruchtbaarder te maken. De boeren verspreidden de mest, vermengd met stro en heideplaggen, over de akkers.

Een zware ketel

Met de draaiboom die je in dit en vele andere huizen ziet, konden mensen zonder veel moeite de zware koeketel van boven het vuur tot bij de dieren verplaatsen. Het gekookte eten werd zo rechtstreeks vanuit de keuken in de troggen gegoten. In dit huis is de draaiboom heel lang: hij moest niet alleen de keuken maar ook de gang overbruggen. In de muur tussen de keuken en de gang zie je daarom een schuifluik: door het paneel eruit te halen, kon de draaiboom van aan de haard, door de muur en de gang, tot aan de troggen draaien.

Brood bakken in het bakhuis

In de Kempen bakten veel mensen hun brood zelf. Meestal was dat roggebrood. De oven stond in een apart gebouwtje: het bakhuis. Daar mengde en kneedde de boerin gewoonlijk het deeg. Het gezin stak de houtoven maar 1 keer per week aan en bakte voor een hele week. Tegen dit bakhuis staan ook een varkenshok en secreet.