Washuis Metsteren
Washuis Metsteren - #3

Bouwperiode: Vroege 18e eeuw | Afkomstig van: Metsteren | Naar Bokrijk gekomen in: 1963 | locatie in het museum: Haspengouw

Het gebouw en zijn verleden

Dit gebouw (1731) was vroeger eigendom van de abdij Ter Beek uit Sint-Truiden. De naam van de abdij verwijst naar de Melsterbeek. Het washuis werd schrijlings over de beek gebouwd zodat het water voor de was rechtstreeks uit de beek kon benut worden. In een washuis stonden verschillende houten waskuipen of tobben. Om het voorover buigen te vermijden werden de tobben op een driepotige voet geplaatst.

Een zwaar karwei

Water halen of de was naar een rivier of washuis dragen, het wasgoed weken, koken, stuk voor stuk inzepen, schrobben, uitspoelen en uitwringen, bleken, … Zonder stromend water en elektriciteit is de was doen een zwaar en tijdrovend karwei. In steden of bij grote instellingen, zoals abdijen en kastelen, stond een washuis, zoals dit gebouw, waar de was werd gedaan.

Wie doet de was?

De was doen was een vrouwentaak. Mannen kwamen daarom zelden of nooit in washuizen. Hout of een andere brandstof aanvoeren voor het vuur was daarentegen wel mannenwerk. Om 100 liter water te verwarmen op een open haard, was ongeveer 40 kg hout nodig. Aanvankelijk werd kleding en ander textiel niet zo vaak gereinigd. Maar geleidelijk aan begon men vaker te wassen. Vanaf ca. 1850 moesten overheidscampagnes voor betere hygiëne de verspreiding van ziektes tegengaan. Wassen werd ook eenvoudiger dankzij waterleidingen en uitvindingen zoals de elektrische wasmachine. Veel gezinnen hadden er pas een na de Tweede Wereldoorlog.

Water halen en nieuwtjes uitwisselen

Water voor de was haalde je bij een rivier, uit een waterput of bij een (gemeenschappelijke) pomp. Daar werden ook de laatste nieuwtjes uitgewisseld. Voor het hele wasproces waren tientallen emmers water nodig. Pas na de Tweede Wereldoorlog kwam de aanleg van waterleidingen goed op gang. Om geen water te hoeven dragen, kon je het wasgoed in de rivier wassen.