Landarbeiderswoning Kortessem
Landarbeiderswoning Kortessem - #14

Bouwperiode: 19e eeuw | Afkomstig van: Kortessem | Naar Bokrijk gekomen in: 1972 | locatie in het museum: Haspengouw

Het gebouw en zijn verleden

Dit gebouw is een klein daglonershuis uit de 19de eeuw. De nere, een kleine gang die hier ook gebruikt werd als dorsvloer, geeft toegang tot de eigenlijke leefruimten, de woonkeuken en de slaapkamer. Een dagloner had geen eigen landbouwbedrijf, maar was in dienst bij een andere boerderij. Dit verklaart het ontbreken van schuur en stal.

Waarom is hier geen schuur of stal?

Deze woning is een daglonershuisje. Dagloners of landarbeiders hadden geen eigen boerderij, of een heel kleine. Daarom gingen ze in dienst bij een andere, grote boerderij. Grote hoeves die een beroep deden op dagloners vond je in vruchtbare en minder bevolkte streken zoals Haspengouw. Landarbeiders deden allerlei taken op het veld: aardappelen planten, mest verspreiden, grachten onderhouden, oogsten, onkruid wieden, …

Loon naar werken

Dagloners kregen een vergoeding per werkdag of per prestatie. Bij de graanoogst werden ze bijvoorbeeld betaald op basis van de gemaaide oppervlakte. Dagloners werkten lange dagen. Hoe zwaarder het werk, hoe hoger het loon. Regelmatig werkten ze ook in ruil voor een dienst van de boer. Een landarbeider die zelf een kleine boerderij had, gebruikte bijvoorbeeld het paard van de boer om zijn grond te ploegen. Die ‘ploegschuld’ betaalde hij terug door voor de boer te werken. Vaak voorzag de boer eten en drinken voor zijn dagloners. Dat maakte deel uit van het loon.

Het hele gezin ingeschakeld

Zodra ze oud genoeg waren, moesten ook kinderen werken om het gezin te onderhouden. De jongsten waren amper 7 jaar. Kinderen van dagloners traden vaak in dienst bij een grote boer als knecht of meid. Zo waren er minder monden te voeden. Als ze niet in dienst gingen, werkten kinderen, net als vrouwen, in drukke periodes mee op het land.