Smidse Neeroeteren
Smidse neeroeteren - #45

Bouwperiode: 19e eeuw | Afkomstig van: Neeroeteren | Naar Bokrijk gekomen in: 1967 | locatie in het museum: Kempen

Het gebouw en zijn verleden

Dit kleine bedrijfsgebouw in vakwerk werd opgetrokken rond 1860. Het atelier van een dorps(hoef)smid werd erin ondergebracht. In de hoefstal onder de afhang, werden de paarden beslagen. Aan de achterzijde van het gebouw staan de blaasbalgen waarmee het smidsvuur van zuurstof voorzien werd.

Smid: een gevaarlijk beroep!

Werken met zware en scherpe materialen bij een gloeiend heet vuur was gevaarlijk. Liefst was er daarom water in de buurt. Het pannendak op de smidse beschermde het gebouw tegen uitslaande brand. Werken met dieren leidde ook tot ongelukken. Paarden beslaan was een van de gevaarlijkste taken van de smid. Trappende paarden konden de smid ernstig verwonden.

Paarden beslaan

Paarden moesten regelmatig nieuwe hoefijzers krijgen. De smid sloeg die onder de hoeven van het paard en verzorgde de hoef. Paarden beslaan was de belangrijkste activiteit van de dorpssmid. De meeste paarden bleven rustig maar andere wilden zich niet laten beslaan. Ervaren smeden kenden handigheidjes om paarden stil te krijgen. Ze konden een paard blinddoeken of op de grond leggen en de benen vastbinden. Ook in de hoefstal – die zie je naast de smidse – kon de smid de benen van het paard vastmaken. Om hun eigen voeten te beschermen tegen trappende paarden droegen smeden houten klompen wanneer ze paarden besloegen.

Een ontmoetingsplaats

De smidse was drukbezocht. Bijna iedereen in het dorp had de smid nodig. De vakmannen en boeren voor metalen gereedschappen en onderdelen, andere inwoners bijvoorbeeld voor reparaties. De smidse stond meestal op een centrale plek, zoals het dorpsplein. Mensen kwamen er graag langs om een praatje te slaan, zeker in de winter wanneer het gezellig warm was bij het vuur.