Schaapskooi Neerpelt
Schaapskooi Neerpelt - #44

Bouwperiode: 18e eeuw | Afkomstig van: Neerpelt | Naar Bokrijk gekomen in: 1962 | locatie in het museum: Kempen

Het gebouw en zijn verleden

Het kleine gebouwtje, afkomstig van de Betteboshoefte Neerpelt-Herent, kende verschillende verbouwingen. Oorspronkelijk bevatte het slechts twee gebinten en werd het waarschijnlijk als turfschob gebruikt. Na de uitbreiding met een derde gebint en de uitbouw van de linker- en de achterzijde moet het als schaapskooi hebben gediend. Ze was toegankelijk langs de dwarsgerichte voorgevel. Vermoedelijk te dateren in de 18de of 19de eeuw.

1 herder, 100 schapen

In de Kempen lieten de boeren hun schapen meestal grazen onder de hoede van een gemeenschappelijke herder. De herder werd door de boeren betaald naargelang het aantal schapen dat ze bij hem stalden. Sommige van die gemeenschappelijke schapenkuddes konden heel groot worden, tot ruim 100 dieren. Er was soms discussie over waar ze wel of niet mochten grazen.

Schapenwol uit de Kempen

De belangrijke textielcentra in Vlaanderen haalden hun wol aanvankelijk uit Engeland. Door de oorlogen in de 16e eeuw was dat niet meer mogelijk en zochten ze nieuwe leveranciers. Zo werd de schapenteelt op de grote heidegebieden van de Kempen rendabel voor de lokale boeren. De schapenteelt bleef in de Kempen voortbestaan tot in de 20e eeuw. Schapenteelt vond overal in de Kempen plaats, maar vooral in het noordoosten van de Antwerpse Kempen. Daar stimuleerde ze de lokale textielindustrie.

Schaapskermis

Schapen werden in het begin van de zomer geschoren, op een bewolkte dag. Zo kon de huid van de geschoren schapen niet verbranden. Vóór het scheren werden de schapen een ven ingejaagd. Het vuil werd met de hand uit de natte wol gekamd. Na het scheren waste men de wol opnieuw. Na het werk volgde de schaapskermis met brood en vlaaien.