Contzenwinning Klein-Hoeselt
Contzenwinning Klein-Hoeselt - #8

Bouwperiode: Late 17e eeuw | Afkomstig van: Klein-Hoeselt | Naar Bokrijk gekomen in: 1957 | locatie in het museum: Haspengouw

Het gebouw en zijn verleden

Dit U-vormig complex in vakwerk komt uit Vochtig-Haspengouw. Het omvat een L-vormig woonhuis (16de-18de eeuw), een schuur met ingebouwde varkens- en koestal, een paardenstal met waterput en een groot bakhuis. De naam van het complex verwijst naar de familie die er lange tijd gewoond heeft.

Bos en boswachter

Een boswachter was verantwoordelijk voor de aanplanting en de kap van bomen en hij moest het bos bewaken. De bossen waren belangrijk voor de aanvoer van brand- en constructiehout. Daarnaast dienden de bossen ook als weideplaats, vooral voor varkens. Als loon kreeg de boswachter van de Contzenwinning jaarlijks 48 vaten rogge en het gebruik van de boswachterswoning met tuin en weide.

Jager en stropers

De boswachter van de Contzenwinning was ook jager. Als jager moest hij wild schieten voor de eigenaar van het bos en stropers inrekenen. Daarvoor werd hij apart betaald. Jagen was lange tijd een voorrecht van de adel, maar stropers probeerden zonder jachtvergunning konijnen, hazen, fazanten, eenden, vogels, … te vangen. Ze zetten vallen en strikken op of gebruikten een afgerichte hond of een geweer. Stropers trokken er meestal ’s nachts op uit. Sommigen waren arme mensen die stroopten om extra voedsel te verzamelen. Anderen verkochten het wild om bij te verdienen. Op stropen stonden strenge straffen.

Kaas onder de dakrand

Onder de dakrand schuin boven de voordeur van het woonhuis zie je een kaasdroger. In deze uitsprong legde de boer een zachte, witte kaas (van afgeroomde melk) om te drogen. De wind kon door de houten constructie blazen, maar de kaas was beschermd tegen regen. Na ongeveer drie weken drogen werd de kaas in potten gedaan om hem te bewaren.