20/04/2020

Van Rommelpot tot Kruisboog, 4 collectiestukken uit 'De wereld van Bruegel'

De expo 'De wereld van Bruegel' neemt je in Bokrijk mee op een parcours dat je toont hoe relevant het werk van Pieter Bruegel de Oude vandaag nog wel is.

In de schuur uit Zuienkerke tonen we levensgroot het schilderij De strijd tussen Carnaval en Vasten waar je enkele opmerkelijke objecten kan zien. Het originele werk is te bewonderen in het Kunsthistorisch Museum in Wenen.

Wij gingen op zoek naar bewaarde objecten uit Bruegels tijd die precies beantwoorden aan wat op het schilderij te zien is. In Belgische, Duitse en Nederlandse verzamelingen vonden we een verbazingwekkende hoeveelheid en verscheidenheid aan deels alledaagse en deels ongewone objecten. We sommen er hier vier voor je op!

 

Rommelpot, steengoed (Raeren), 16de eeuw, collectie Openluchtmuseum Bokrijk, België, Bokrijk

De rommelpot is het Vlaamse kalenderinstrument bij uitstek. Kalenderinstrumenten gebruikte men tijdens feesten en hoogdagen volgens de christelijke kalender. Afhankelijk van de streek wordt de rommelpot aangeduid als foeper, foekepot, brompot en met andere klanknabootsende namen!

Het instrument bestaat uit een aardewerken kruik met een gespannen varkensblaas die de opening afdekt. In het midden steekt een houten of rieten stokje dat men op en neer beweegt, waardoor een laag en brommend geluid ontstaat. De rommelpot in Bruegels Strijd tussen Carnaval en Vasten is de oudste weergave van dit Vlaamse volksinstrument. Het basisprincipe is echter veel ouder. Wellicht werd het instrument in onze contreien geïntroduceerd door de Spanjaarden, die  het principe van de wrijftrom op hun beurt leerden kennen tijdens ontdekkingsreizen langs de Afrikaanse westkust.

 

Kruisboog, 16de eeuw, collectie Museum aan de Stroom, België, Antwerpen

Links achterin Bruegels Strijd tussen Carnaval en Vasten lopen gekostumeerde en gewapende mannen die De maskerade van Valentijn en Ourson opvoeren, een verhaal over een tweeling die gescheiden opgroeit: Valentijn aan het hof, Ourson bij een beer in het bos.

Ourson draagt een bijzondere knots, de zogeheten morgenster, met ijzeren punten aan het verdikte uiteinde. De kruisboog van Valentijn bestaat uit een houten schacht, met aan de  voorzijde een vierkante ijzeren kop en een korte houten boog waaraan een krachtige pees is bevestigd. Het in de schuur uit Zuienkerke, tentoongestelde exemplaar is rijker uitgewerkt. Het behoorde tot de Sint-Jorisgilde, een vereniging van schutters die instond voor het handhaven van de veiligheid in de stad. 

Bron foto: Kruisboog, zuil ingelegd met gegraveerd been, AV.2585, Collectie Stad Antwerpen



Beslagkom, 16de eeuw, collectie Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland, Nederland, Middelburg

Achter de carnavalsstoet stookt een zittende vrouw met gedroogde takken een vuur. Daarboven bakt ze wafels met behulp van een beslagkom, een pollepel en een wafelijzer. In Bruegels tijd waren wafels een typisch feestgebak. Op Vastenavond en tijdens andere feesten bakte men ze op straat. Er waren soms zoveel ‘straatwafelbakkers’ dat een minimale afstand tussen hen moest worden vastgelegd om het brandgevaar in te perken.

Deze beslagkom is een eenvoudig gebruiksvoorwerp uit de laatmiddeleeuwse keuken, vervaardigd van roodbakkend aardewerk, bedekt met loodglazuur en voorzien van twee oren en een schenksneb. De ingekraste decoratie of sgraffito toont een hert en toren.

 

Schertsglas (pasglas), woudglas (Duitsland), 1500-1550 , collectie Glasmuseum Hentrich, Museum Kunstpalast, Duitsland, Düsseldorf

Op het schilderij draagt een deelnemer aan de carnavalsstoet een ronde tafel op het hoofd en houdt een bijzonder bierglas in de hand: een Duits schertsglas of pasglas. De vreemde vormgeving van het glas houdt verband met z’n gebruik bij een drinkspel. Om beurten dronk men een slok uit het glas. Doel was precies van pas tot pas te drinken. Als dat niet in één keer lukte, moest je doordrinken tot de volgende pas, en zo verder.

De holle uitstulpingen van het bierglas maakten het drinkspel extra moeilijk, omdat ook de slurven zich met bier vulden. Het realisme waarmee Bruegel het glaswerk naschilderde, doet vermoeden dat hijzelf een glascollectie bezat of een opdrachtgever-glasverzamelaar had.