Wat is leem?
Leem is een kleverige, gelige grondsoort die bijna overal voorkomt en bestaat uit kleimineralen, silt en zand. De grootte van de korrel houdt het midden tussen zand en fijnere klei. Ook water is een belangrijk bestanddeel. Hoe kleiiger de leem, hoe meer waterdeeltjes zich aan de fijne korrels van de neem hechten. Zeer kleiige leem wordt daarom "vette" leem genoemd. In "magere" leem zit er dan weer meer zand, en is droger. In Vlaanderen is het vooral in de zuidelijke helft te vinden, van Haspengouw tot het Heuvelland.
Leem als Bouwmateriaal
Het lemen en vitsen is oud, zo oud als de landbouw. Sinds het neolithicum bouwen mensen al woningen, stallen en schuren uit gevlochten takken bestreken met leem. Over de hele wereld kwam men overigens onafhankelijk van elkaar op hetzelfde idee. Misschien is het net zoals een vogel weet hoe het een nest moet maken met twijgjes en modder.
Leem heeft een aangenaam effect op de temperatuur en het vochtgehalte in huis. Lichtleem (< 1200 kg/m³) heeft een redelijk goede isolerende werking. Zware mengelingen nemen minder vocht op en isoleren minder, maar houden wel de warmte beter vast en zijn minder brandbaar. Vanaf 1700 kg/m³ is het nagenoeg onbrandbaar. Er zijn wel een aantal zaken waar de leembouwer op moet letten. Leem maakt idealiter geen contact met de grond, tenzij het een toegewijde stamplemen vloer is. Anders heeft het vocht er te veel vat op. Ook is een brede dakrand aan te raden om het tegen de regen te wapenen.
Het juiste mengsel
Leem wordt al millennia gebruikt over de hele wereld, door tal van mensen die zich tegen andere omstandigheden moeten wapenen. Daardoor kan het recept kan enorm variëren. Bovendien is men de voorbije eeuw blijven innoveren, waardoor er tal van kunstmatige additieven mogelijk zijn. De basisbestanddelen blijven echter leem, stro, water en kalk. Stro maakt het mengsel sterker en zorgt ervoor dat de leem minder drastisch krimpt. Kalk houdt werkt desinfecterend en maakt het mengsel weersbestendiger. De juiste hoeveelheid vocht is belangrijk. Bedenk dat al het water dat er in gaat er ook weer uit moet. Hoe meer het moet drogen, hoe meer het krimpt en hoe meer het krimpt, hoe groter de kans op scheuren. Wanneer de leem te vet is, (kleiig dus dus) kan men bevochtigd zand of leempoeder toevoegen om dat te verhelpen.
Bewerken
Als het mengsel gemaakt is moet het een paar maanden rusten en "afbreken". Daarna moet het goed gemengd worden. Dit kan op allerlei manieren. Op de traditionele manier wordt de leem, het stro, de kalk en eventuele verschralingen in een kuil of houten bak verzameld en vervolgens met een schop gemengd. Op het echt goed te mengen kunnen er ook stampende voeten of zelfs dierenpoten aan te pas komen. Vakmensen die de volle authenticiteit van het proces willen recreëren gebruiken deze methode nog steeds. Voor wie vandaag commercieel tewerk gaat zijn er tal van gemechaniseerde methodes uit de bouwsector zoals elektrische handmixers, trommelmixers of betonmolens.
Vitswerk
Vitselwerk bestaat uit vitsstokken en vitsroeden. Vitsstokken (ook wel stikstokken) brengt men als tralies aan in een vak. Door deze tralies worden de dunnere twijgen of gespleten latten geweven, zoals een draad in een weefgetouw. Deze soepele dunne twijgen noemen we vitsroeden of wissen. Het vlechtwerk dat zo ontstaat, is de enige dragende verbinding tussen het vakwerk en de leemvulling. De afstand tussen de roeden en de vitsstokken en hun oriëntatie (horizontaal of verticaal) hing vroeger af van de lokale traditie.
Het Lemen
De lemer of plakker bracht de leem aan op het vitswerk door het er met enige kracht tegen te gooien. De vitsroeden mogen niet meer verschuiven als de leem wordt aangebracht. Om te zorgen voor een betere hechting van het stroleem aan het vits- en vakwerk kan je het hout bevochtigen of vooraf insmeren met leem. De zijde waar je start komt het stroleem dan in tongen door het vitswerk heen. Deze zijde kan dan met een dunnere laag glad afwerken worden. Tot slot strijk je het mengsel glad met een truweel of een raapspaan.
Kaleien
Achteraf kan de leem nog een beschermlaag krijgen. De meest gangbare manier in onze contreien is kaleien. Vaak op jaarlijkse basis werd de wand (bijna altijd van binnen en meestal ook langs buiten) geverfd met een verf van gebluste kalk en water. Het werkt goed samen met de eigenschappen van leem. Het is namelijk dampopen en omdat het al hydraatkalk is, is het niet meer oplosbaar in water. Zo beschermd het de leem tegen slagregen. Binnenshuis is het ook goed voor de hygiëne. Dat wisten ze in de middeleeuwen al, ook al wisten ze niet waarom.
Hedendaagse Toepassingen
Leembouw is brandend actueel. Als circulair bouwmateriaal neemt het zijn rol op in een vorm van duurzaamheid die de hele levenscyclus van het gebouw in rekening brengt. Het komt namelijk lokaal uit de aarde en kan er na honderd jaar gewoon weer naar terug. Bovendien zijn de aangename effecten op het binnenhuisklimaat zeer gegeerd. Om aan hedendaagse normen te voldoen heeft de leem echter een dikte nodig die niet mogelijk is met vitswerk. Daarom dat het tegenwoordig wordt aangebracht op isolerende materialen zoals kalkhennep of strobalen. Tegenwoordig bestaan er ook leemmengsels zonder stro. Soms is het gewoon niet nodig, daar het gaat om een leempleister.
Focus Vakmanschap: De documentaire
Over de techniek zoals ze in Bokrijk wordt beoefend bestaat er niets minder dan een heuse documentaire. Dit is een product van het meerjarige samenwerkingsproject Focus Vakmanschap. Samen met alle partners werden er nog 10 vakmanschappen in detail in beeld gebracht. Dat deden we volgens een zorgvuldig uitgedachte methodologie die uiteen wordt gezet in de Toolbox Focus Vakmanschap.